Geschiedenis van Waarschoot

Waarschoot werd als dorpsnaam voor de eerste keer vermeld in 1244. Hij is de eerste van een reeks eenvormige Germaanse benamingen, kenmerkend voor het Meetjesland en het Land van Waas. "Germ. wado-f" wacht, hoede" + skauta - m "beboste hoek zandgrond uitspringend in moerassig terrein" is een prachtig voorbeeld van deze schoot, smal uitstekend boven een moerassige omgeving.

In de Middeleeuwen was Waarschoot een klein gehucht dat deel uitmaakte van de parochie Zomergem. Vanaf de dertiende eeuw kwam de ontginning volop op gang, wat resulteerde in de eerste vermeldingen van een aantal grote hoeven, zoals het Goed te Breebroek, het Goed ten Brakel (beide op de Stuiver) en het Vennegoed (dichtbij het huidige station). Door de grootscheepse ontginning van landbouwgronden in het hele Meetjesland groeide de bevolking tijdens de 13de eeuw sterk aan. Waarschoot werd een aparte parochie.

Ook kwam er ontsluiting via het aanleggen van twee bevaarbare waterlopen: de Lieve in het zuiden en de Burggravenstroom in het noorden, die beiden een verbinding vormden met Gent. In 1252 kreeg Gent een toelating een kanaal te laten graven: de Lieve. Hiertoe werd zoveel mogelijk de bedding van de oude waterlopen gebruikt. De Lieve bracht natuurlijk verkeer en beweging in het dorp.

Een volgende belangrijke mijlpaal in de Waarschootse geschiedenis was de oprichting van een cisterciënzer-priorij O.l.V. Ten Hove. In 1444 kreeg Simon Utenhove, Gents poorter en baljuw van Eeklo, de toelating van de bisschop van Doornik om met eigen middelen een kloostergemeenschap op te richten op de afgelegen gronden van het toenmalige Jagerpad. Na de inwijding van de kapel in 1448 begonnen een handvol monniken met het uitbaten en ontginnen van de uitgestrekte bos- en moerasgronden ten noorden van de abdij. Het is de priorij echter nooit voor de wind gegaan. In het begin waren er aanslepende conflicten met de nabije "concurrerende" parochie, en in de loop van de 16de eeuw werd zij door doortrekkende Franse troepen tweemaal in de as gelegd. De heropbouw verliep moeizaam, en in 1662 vestigde de kloostergemeenschap zich definitief in Gent en verpachtte de eigendommen aan de plaatselijke landbouwers.

Op het einde van de 19de eeuw verplaatste het zwaartepunt van de Oost-Vlaamse textielproductie zich van de provinciehoofdstad Gent naar het platteland. Waarschoot speelde een pioniersrol in deze evolutie. In 1881 bouwde de Gentse textielbaron Joseph De Hemptinne een textielfabriek in het Oost-Vlaamse dorp, dat al snel zou uitgroeien tot een heus katoenbastion. In 1981 werd echter de laatste textielfabriek gesloten.

Literatuur

Geschiedenis van Waarschoot (2 delen), A. De Vos, (499 pag.) 50 euro

  • Te koop op het gemeentehuis, bibliotheek en sportdienst.
  • In te kijken in de bibliotheek

De priorij van Waarschoot : een verhaal van verleden, heden en toekomst, O. Scheir en B. Delaey, 2006, 80 pag.

De helden en antihelden van de Waarschootse textielgeschiedenis, P. De Reu en B. Bonne, 2012, 86 pag.

Ter gelegenheid van Erfgoeddag 2012 bracht het gemeentebestuur een boekje "De helden en antihelden van de Waarschootse textielgeschiedenis"  (86 pagina's met kleurenfoto's) uit over de Waarschootse textielgeschiedenis. Pieter De Reu en Bart Bonne schreven over de arme wevers, de textielbaronnen en hun fabrieken, de crisis, de arbeidersbeweging en de leefomstandigheden.
 
Je kan het boekje kopen bij de dienst jeugd en cultuur tijdens de openingsuren.