Belasting op tweede verblijven
Heb je een woning in Lievegem die niet je hoofdverblijf is, maar die je wel zelf kan gebruiken? Dan wordt deze woning beschouwd als een tweede verblijf. Voor zulke woningen heft het lokaal bestuur een jaarlijkse belasting. Zo wil de gemeente een correct en duurzaam gebruik van woningen stimuleren.
Wat is een tweede verblijf?
Een tweede verblijf is een private woongelegenheid:
die niet het hoofdverblijf is van de eigenaar of huurder
die op elk moment kan worden bewoond
Voorbeelden zijn:
woningen, appartementen, vakantiewoningen, chalets, stacaravans
andere vaste woongelegenheden, ook als ze niet kadastraal ingeschreven zijn
Er is een vermoeden van tweede verblijf als:
niemand is ingeschreven op het adres
de woning afgewerkt en bemeubeld is
er nutsvoorzieningen zijn (water, elektriciteit, verwarming)
de woning effectief wordt gebruikt (bijvoorbeeld recreatief, tijdelijk werkverblijf, occasioneel gebruik)
Het lokaal bestuur kan dit controleren, ook na registratie.
Wie betaalt de belasting?
De houder van het zakelijk recht (bv. eigenaar, vruchtgebruiker)
Bij mede-eigendom: alle mede-eigenaars, elk volgens hun aandeel (zij zijn samen verantwoordelijk voor de volledige betaling)
De woning moet minstens 12 opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het register van tweede verblijven.
Zolang de woning in het register blijft staan, is de belasting jaarlijks verschuldigd.
Het reglement geldt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Je doet aangifte van je tweede verblijf:
uiterlijk op 31 maart van het aanslagjaar
via het aangifteformulier op de website
Bij aankoop, ingebruikname of huur in de loop van het jaar:
aangifte binnen 1 maand
Je ontvangt een aanslagbiljet.
Je betaalt binnen 2 maanden na verzending.
Bij geen of onjuiste aangifte kan het lokaal bestuur de belasting ambtshalve vaststellen, met een verhoging.
Bezwaar
Ben je het niet eens met de belasting?
Dien een schriftelijk en gemotiveerd bezwaar in bij het college van burgemeester en schepenen.
Dit moet binnen 3 maanden na verzending van het aanslagbiljet.
1.300 per tweede verblijf per jaar
De belasting is ondeelbaar en geldt perinventarisjaar.
De belasting wort vanaf 2027 jaarlijks geïndexeerd.
Deze worden niet beschouwd als tweede verblijf:
lokalen uitsluitend voor beroepsactiviteiten
caravans of tenten op erkende terreinen voor openluchtrecreatie
ziekenhuizen, jeugdherbergen, woonzorgcentra
kamers in een erkend logiesbedrijf
(op voorwaarde dat het gebruik overeenstemt met de vergunning)
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk ingediend worden, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen de drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
De bevoegde overheid stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding.
De bevoegde overheid doet binnen een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het bezwaarschrift, uitspraak op basis van een met redenen omklede beslissing.

